Centrum voor plastische chirurgie Dr. Jo Vanoorbeek

Borstreconstructie: Inleiding

Inleiding

diep pre

Deze tekst moet u een realistisch beeld geven over de reconstructieve mogelijkheden om uw verwachtingspatroon overeen te laten komen met wat wij u kunnen bieden.

Borstkanker is de meest voorkomende kanker bij vrouwen in België. Een borstoperatie, en zeker een borstamputatie, is een zeer ingrijpend gebeuren dat gepaard gaat met zware emotionele stress. U bent uit uw lood geslagen door de diagnose van kanker en bovendien zal er een zichtbaar en belangrijk deel van uw lichaam geheel of gedeeltelijk weggenomen worden.

Een borstreconstructie is geen esthetische ingreep. Deze ingreep zorgt er evenwel voor dat u als vrouw terug een normaal sociaal leven kunt leiden. U kunt zich terug kleden zoals u wil, uw eigenbeeld wordt sterk verbeterd en u zal zich als vrouw terug compleet voelen.

De beslissing een borstreconstructie te ondergaan ligt, in tegenstelling tot de indicatiestelling van de meeste andere heelkundige ingrepen, volledig bij de patiënte zelf. Zij gaat naar de plastische chirurg om advies maar zal de uiteindelijke beslissing zelf moeten nemen.

Er bestaan twee mogelijkheden voor een borstreconstructie: ofwel wordt lichaamseigen weefsel gebruikt (‘warme borst’), ofwel wordt vreemd weefsel (prothese) (‘koude borst’) gebruikt. De keuze voor een van deze specifieke technieken is voor elke patiënte verschillend en dient genomen te worden in overleg met uw behandelend plastisch chirurg.

De borstreconstructie heeft als doel de vorm, de positie en de contouren van de borst zo goed mogelijk te herstellen. De sensibiliteit van de gereconstrueerde borst zal nooit dezelfde zijn als die van de oorspronkelijke borst. Ook de vorm is niet steeds exact dezelfde als voorheen, zelfs als achteraf een procedure ter symmetrisatie wordt uitgevoerd. Het is vooral de bedoeling om een mooie, symmetrische vorm van de borstkas te bekomen. Hierbij kan een correctie van de niet aangetaste borst ook noodzakelijk zijn.

Timing van de borstreconstructie

De primaire of onmiddellijke borstreconstructie wordt tijdens dezelfde operatie uitgevoerd als de borstamputatie. Dit is mogelijk bij kleine tumoren die niet moeten nabehandeld worden met bestraling. De beslissing om tot een onmiddellijke reconstructie over te gaan wordt multidisciplinair genomen door oncologen, gynaecologen en chirurgen. Het is voor u van uiterst belang dat oncologische principes primeren op het esthetische.

Bij een laattijdige of secundaire reconstructie wordt een gehele of een gedeelte van de borstklier verwijderd in een eerste operatieve sessie en kan de patiënte enkele maanden tot jaren later overgaan tot een borstreconstructie. Het tijdstip van een laattijdige reconstructie kan sterk variëren. We wachten echter wel tot de patiënte minstens zes maanden oncologisch (chemo- en/of radiotherapie) uitbehandeld is.

Een tertiaire reconstructie is een reconstructie van een reeds gereconstrueerde borst. Het gaat hier meestal om vrouwen die vroeger een reconstructie kregen met implantaten en niet meer tevreden zijn met het resultaat. Hoe langer een prothese ter plaatse is hoe hoger de kans op hardheid, vervorming van de borst en pijn als gevolg van kapselcontractuur. Ook spreken we van een tertiaire reconstructie na een gefaalde secundaire reconstructie.

De verschillende fases van een borstreconstructie

Een borstreconstructie bestaat in principe uit vier fases:

Soms kan echter fase twee en drie samen uitgevoerd worden.

  • In de eerste fase wordt het ontbrekende volume hersteld. Dit kan door een prothese of door eigen weefsel of een combinatie van beide.
  • In een tweede fase wordt een procedure ter symmetrisatie verricht. Deze interventie kan plaats vinden na 4 tot 6 maanden omdat de gereconstrueerde borst eerst haar definitieve vorm moet krijgen. Om tot een zo symmetrisch mogelijk resultaat te komen moeten er soms ook correcties gebeuren van de gezonde borst.
  • In een derde fase wordt een tepelreconstructie verricht.
  • De vierde fase bestaat uit de tatoeage van het tepelhof

De verschillende types borstreconstructie

Er zijn drie grote groepen van borstreconstructies:

Prothese-reconstructie:

Hierbij wordt een siliconen prothese gebruikt om het verloren weefsel te vervangen. Meestal (zo mogelijk) wordt deze onder de grote borstspier ingebracht. Het is een omhulsel van siliconenrubber dat gevuld is met of silicone-ge. De prothese heeft een ruwe buitenlaag, omdat daarmee de kans op kapselvorming rondom de prothese verkleint. Dergelijke gereconstrueerde borsten voelen vaak minder natuurlijk aan; Daarnaast is radiotherapie na een prothese-reconstructie zo goed als uitgesloten. Vaak wordt eerst met een ‘expander’ gewerkt. Dit is een ‘ballon’ die kan opgevuld worden tot het gewenste volume bereikt is.

Autologe of eigen weefsel reconstructie: DIEP flap of rugspier (Latissimus Dorsi)Deze nieuwere methode bestaat erin een groot stuk huid en vetweefsel over te brengen naar de borststreek om een nieuwe borst te modelleren. Bij dit type borstreconstructie is dus geen onderhuidse prothese meer nodig, waardoor de nieuwe borst ook natuurlijker aanvoelt. Daarnaast is een dergelijk reconstructie blijvend, in tegenstelling tot een prothesereconstructie. Voor deze ingreep kunnen verschillende types flappen gebruikt worden. Bij de DIEP flap wordt huid en vet van de buik gebruikt. De rugspier wordt meestal in combinatie met een prothese gebruikt omdat zij te weinig volume vertegenwoordigt.

Combinatie: Rugspier met prothese

Na bestraling(radiotherapie) is het nagenoeg onmogelijk een reconstructie te verrichten met een prothese omdat de weefsels waarin deze prothese aanvaard moet worden door de bestraling wondproblemen of afstotingsverschijnselen zullen veroorzaken. De oplossing kan dan een toevoeging van niet-bestraald, gezond weefsel zijn die de prothese zal beschermen tegen de hinderlijke gevolgen van de bestraling. Dit weefsel komt dan van de rug.


Brochure 'borstreconstructie' (PDF)